Voor ieder kind
Passend onderwijs
Ieder kind is uniek. Het ene kind leert makkelijk, het andere kind heeft juist meer hulp nodig. Ons doel bij Samenwerkingsverband PO 20.01 is dat ieder kind een passende plek krijgt, zo dicht mogelijk bij huis. Dat doen we altijd samen met u als ouder en met de school van uw kind.
We kijken samen naar wat uw kind nodig heeft om veilig en met plezier te leren. Extra hulp wordt, waar mogelijk, in de klas gegeven. Lukt dat niet? Dan zoekt de school – samen met u – naar een school die de juiste ondersteuning kan bieden.
Kies hieronder het onderwerp waarover je meer wilt weten.
Kijk hier voor verschillende onderwerpen
- Ouder- en Jeugdsteunpunt – LOS
- Veelgestelde vragen voor ouders
- Mijn kind gaat (tijdelijk) niet naar school
- Mijn kind gaat voor het eerst naar school
- Mijn kind gaat van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs
- Mijn kind is aangemeld voor een toelaatbaarheidsverklaring
- Mijn kind zit op een basisschool
- Mijn kind heeft extra ondersteuning nodig
Ouder- en Jeugdsteunpunt (LOS)
Het ‘LOS’ (Leerling- en OuderSteunpunt) is het centrale Ouder- en Jeugdsteunpunt in het samenwerkingsverband voor leerlingen en ouders/verzorgers. In principe is de school waar de leerling naar toe gaat/wil het aanspreekpunt voor de leerling en de ouder.
Vragen over ondersteuning kunnen bij voorkeur worden gesteld aan de school waar de leerling is ingeschreven of bij de school waar de leerling is aangemeld.

Samenwerkingsverband PO 20.01
Over ons
Samenwerkingsverband PO 20.01 voor passend onderwijs wordt gevormd door 27 deelnemende schoolbesturen met in totaal ongeveer 46.000 leerlingen in het basisonderwijs en speciaal (basis) onderwijs (SBO en SO). De scholen (plm. 300) die onder deze besturen vallen bevinden zich in de gemeenten in de provincie Groningen en de Drentse gemeente Noordenveld.
Onze missie
Het (pro)actief bijdragen aan het beleid m.b.t. passend onderwijs van het samenwerkingsverband in de basisscholen en scholen voor speciaal basis onderwijs (SBO) en speciaal onderwijs (SO), gericht op een ononderbroken ontwikkelingsproces van de leerlingen.

Actueel
Symposium hoogbegaafdheid groot succes!
Het Symposium Hoogbegaafdheid in beweging op 15 april 20206 was een groot succes. Ruim 300 professionals en bijna 300 ouders bezochten de MartiniPlaza om inspiratie op te doen, kennis te delen en elkaar te ontmoeten.
Sprekers en workshops Symposium Hoogbegaafdheid
Lees hier meer over de sprekers en de workshoprondes van het symposium hoogbegaafdheid op woensdag 15 april 2026 in Martiniplaza Groningen. We vertellen je meer over de inhoud van de keynote sprekers en je leest wat je kunt verwachten van de workshoprondes.
Lees hier meer over het symposium hoogbegaafdheid op woensdag 15 april 2026 in Martiniplaza Groningen. We vertellen je wat het thema en het programma is en waar je je toegangsbewijs kunt kopen.
Passend onderwijs
Passend onderwijs betekent dat ieder kind onderwijs krijgt dat aansluit bij zijn of haar ondersteuningsbehoefte.
De meeste kinderen kunnen de lessen op school goed volgen. Maar elk kind is anders. Sommige kinderen hebben extra hulp nodig om goed mee te kunnen doen. Als de ondersteuning op de eigen school niet voldoende is, kan een andere school in de regio passender zijn. Dat kan een reguliere basisschool zijn, een school voor speciaal basisonderwijs of speciaal onderwijs.
Scholen hebben zorgplicht. Dat betekent dat zij verantwoordelijk zijn voor het bieden van passende ondersteuning, op de eigen school of op een andere plek die beter past bij het kind.
Scholen voor regulier onderwijs, speciaal basisonderwijs (sbo) en speciaal onderwijs (so) werken samen binnen een regio. Zo’n samenwerking heet een samenwerkingsverband (SWV). Samen zorgen zij ervoor dat elk kind het onderwijs en de ondersteuning krijgt die nodig is, op de eigen school of op een passende andere plek.
De scholen binnen een samenwerkingsverband maken onderling afspraken over hoe ze die hulp organiseren. Soms verdelen ze zelf het geld voor extra ondersteuning. In andere gevallen regelt het samenwerkingsverband deze ondersteuning centraal.
Elke regio heeft een eigen samenwerkingsverband met een eigen aanpak. Deze afspraken staan in het ondersteuningsplan. Je kunt dit plan opvragen bij het samenwerkingsverband of vinden op de website.
Meer weten? Lees ook:
- Wat is een ondersteuningsplan?
Het ontwikkelingsperspectief bestaat uit twee delen:
- Het uitstroomprofiel – Dit beschrijft naar welk type vervolgonderwijs de school met je kind toewerkt.
- Het handelingsdeel – Dit gaat over de extra ondersteuning die je kind krijgt om die doelen te bereiken.
Over het handelingsdeel beslis je samen met de school. Dit overleg heet een Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO). Jij als ouder of verzorger hebt hierbij instemmingsrecht: de school vraagt je meestal om je akkoord met een handtekening te bevestigen.
De school bespreekt het OPP minimaal één keer per jaar met jou als ouder.
Elke school heeft zorgplicht. Dat betekent dat het schoolbestuur ervoor moet zorgen dat elk kind onderwijs krijgt dat past bij wat het kind nodig heeft – ook als er extra hulp nodig is.
De school onderzoekt eerst welke ondersteuning jouw kind nodig heeft en of die binnen de school geboden kan worden. Soms schakelt de school daarvoor het samenwerkingsverband of andere deskundigen in. Als blijkt dat een andere school beter past, helpt de huidige school actief mee in het zoeken naar een geschikte plek. De zorgplicht ligt bij het schoolbestuur van de school waar je kind is ingeschreven – ook als de ondersteuning via het samenwerkingsverband loopt.
Elke school biedt hulp aan kinderen die dat nodig hebben. Dit heet basisondersteuning. Wat een school precies onder basisondersteuning verstaat, staat beschreven in het schoolondersteuningsprofiel (SOP).
Heeft je kind meer hulp nodig dan de basisondersteuning? Dan spreken we van extra ondersteuning. Ook die wordt toegelicht in het SOP. Extra ondersteuning kan worden geregeld door de school zelf of, in sommige gevallen, door het samenwerkingsverband.
Wil je hier meer over weten? Lees dan ook:
- Wat is een schoolondersteuningsprofiel (SOP)?
- Wat is basisondersteuning?
- Wat is extra ondersteuning?
Als een kind meer nodig heeft dan de basisondersteuning, stelt de school een plan op: het ontwikkelingsperspectief (OPP). Hierin staat hoe de school je kind ondersteunt om zich prettig te voelen én om zich zo goed mogelijk te ontwikkelen.
In het OPP staan leerdoelen waaraan je kind werkt, en welke hulp de school daarbij biedt. Ook als je kind naar het speciaal (basis)onderwijs gaat – of daar al zit – moet er een ontwikkelingsperspectief zijn. Meestal maakt de intern begeleider (IB’er) dit plan, in overleg met jou als ouder of verzorger.
Lees in de volgende vraag wat er in een ontwikkelingsperspectief staat. Ben je benieuwd, lees dan ook:
- Wat staat er in een ontwikkelingsperspectief (OPP)?
De school maakt een ontwikkelingsperspectief (OPP) als je kind meer ondersteuning nodig heeft dan de basisondersteuning. In dit plan staan doelen waar je kind aan werkt, en welke hulp de school biedt om die te bereiken. Het OPP helpt om de ontwikkeling van je kind goed te volgen en de ondersteuning daarop af te stemmen.
Wil je meer weten? Lees ook:
- Wat is een ontwikkelingsperspectief?
- Wat is basisondersteuning?
- Wat is extra ondersteuning?
De zorgplicht begint zodra je je kind schriftelijk aanmeldt bij een school. Deze blijft bestaan totdat je je kind aanmeldt bij een andere school. Ook als die nieuwe school vindt dat een andere school beter past, ligt de zorgplicht bij de school waar jij je kind hebt aangemeld.
Let op: soms heeft een school géén zorgplicht. Bijvoorbeeld:
- Als de school vol is (en dat geldt voor alle leerlingen, niet alleen voor kinderen met extra ondersteuning).
- Als je het als ouder niet eens bent met de identiteit of visie van de school (grondslag).
- Als je je kind aanmeldt bij een cluster 1- of cluster 2-school (voor visuele of auditieve beperkingen). Die hebben een eigen toelatingsprocedure.
Meer weten? Lees ook:
- Hoe meld ik mijn kind aan bij een school?
Hulp van school
Scholen bieden verschillende vormen van ondersteuning, zoals hulp bij plannen, extra oefenstof of uitleg in kleine groepjes. Ook kan er fysieke ondersteuning zijn, zoals een aangepaste stoel of hulp bij gym.
De hulp is verdeeld in twee soorten:
- Basisondersteuning – hulp die elke school moet kunnen geven.
- Extra ondersteuning – hulp voor kinderen met meer of andere behoeften.
Meer weten? Lees ook:
- Wat is basisondersteuning?
- Wat is extra ondersteuning?
Het schoolondersteuningsprofiel (SOP) is een document waarin staat welke ondersteuning een school biedt. Het bevat informatie over de basisondersteuning die standaard wordt aangeboden en welke extra ondersteuning de school kan bieden. Scholen moeten dit profiel elke vier jaar actualiseren. Je vindt het SOP in de schoolgids of op de website van de school. Kun je het niet vinden of is het ouder dan vier jaar? Vraag het dan na bij de school.
Meer weten? Lees ook:
- Wat is basisondersteuning?
- Wat is extra ondersteuning?
Nee, een diagnose is niet verplicht voor extra ondersteuning. De school kijkt naar wat je kind nodig heeft – ook zonder officiële diagnose. Soms helpt een diagnose (zoals dyslexie of autisme) wél om specifieke hulp of voorzieningen te kunnen inzetten, zoals extra tijd bij toetsen.
Als jouw kind basisondersteuning krijgt, legt de school dit vast in een leerlingdossier. Daarin staat welke hulp je kind krijgt, hoe vaak en hoe het gaat. Je mag als ouder altijd meepraten over de ondersteuning. Het is belangrijk dat jij en de school goed samenwerken. Bespreek hoe je elkaar op de hoogte houdt en geef aan wat je thuis merkt. Zie je dat de hulp werkt, of juist niet? Geef het aan. Spreek ook af wanneer jullie weer in gesprek gaan over de voortgang.
Als je kind extra ondersteuning nodig heeft, maakt de school een ontwikkelingsperspectief (OPP). Hierin staan doelen en afspraken over de hulp.
Jij als ouder speelt daarbij een belangrijke rol. Geef aan hoe het thuis gaat en stel vragen als iets niet duidelijk is. Samen bepaal je wat je kind nodig heeft en hoe de ondersteuning eruitziet. Spreek ook af wanneer jullie opnieuw overleggen om te kijken of de hulp nog passend is.
Meer weten? Lees ook:
- Wat is een ontwikkelingsperspectief (OPP)?
- Wat is basisondersteuning?
- Wat is extra ondersteuning?
Iedereen op school speelt een rol bij passend onderwijs, maar de belangrijkste personen zijn:
- De leerkracht: ziet het eerst als een kind hulp nodig heeft en biedt dagelijkse ondersteuning.
- De intern begeleider (IB’er): zorgt dat de juiste hulp op school wordt geregeld, ondersteunt de leerkracht en overlegt met jou als ouder.
- Andere ondersteuners: zoals een remedial teacher of onderwijsassistent, kunnen extra hulp bieden.
De intern begeleider maakt samen met jou en de leerkracht een plan: welke hulp krijgt je kind, hoe vaak, en hoe wordt gemeten of het werkt? Ook kan de IB’er overleggen met de schooldirecteur of het samenwerkingsverband.
Meer weten? Lees ook:
- Wat is een samenwerkingsverband?
Soms lukt het tijdelijk niet om onderwijs te organiseren dat goed past bij jouw kind. Dat kan komen doordat de school handelingsverlegen is, of omdat je kind even niet in staat is om elke dag naar school te gaan.
Ook dan geldt:
- Je kind heeft recht op onderwijs.
- De zorgplicht van de school blijft bestaan.
Samen met school zoek je naar een oplossing. Denk aan tijdelijk onderwijs op een andere plek, begeleiding thuis of extra ondersteuning op school.
De school onderzoekt samen met jou welke hulp je kind nodig heeft. Dit gebeurt via gesprekken, zoals een multidisciplinair overleg (MDO) of overleg met het ondersteuningsteam (OT). De school kijkt ook naar observaties van de leerkracht, en mag – met jouw toestemming – informatie opvragen bij zorgverleners of vorige scholen. Als blijkt dat je kind extra hulp nodig heeft, maakt de school een ontwikkelingsperspectief (OPP).
Meer weten? Lees ook:
- Wat is een ontwikkelingsperspectief (OPP)?
- Welke informatie moet ik delen met de school?
Soms blijkt dat een school voor speciaal onderwijs of speciaal basisonderwijs het beste zou zijn voor je kind. Hiervoor is een toelaatbaarheidsverklaring nodig (TLV). Meer informatie vind je hier:
- Kan ik mijn kind zelf aanmelden bij een school voor speciaal (basis) onderwijs?
- Wat is een toelaatbaarheidsverklaring (TLV)?
In een samenwerkingsverband werken alle scholen in een regio samen om te zorgen dat er in die regio passend onderwijs is voor ieder kind. Het ondersteuningsplan beschrijft de afspraken binnen een samenwerkingsverband over passend onderwijs en extra ondersteuning. Het plan is bedoeld om te zorgen dat elk kind in de regio passende hulp kan krijgen. Elk samenwerkingsverband stelt zelf dit plan op.
Het ondersteuningsplan 2023-2027 vind je hier.
Meer weten? Lees ook:
- Wat is extra ondersteuning?
Basisondersteuning is hulp die elke school moet kunnen bieden aan leerlingen met veelvoorkomende problemen, zoals lees- en rekenproblemen. In het schoolondersteuningsprofiel (SOP) staat welke vormen van basisondersteuning jouw school biedt, en hoe ze dat organiseren.
Meer weten? Lees ook:
- Wat is extra ondersteuning?
- Wat is een schoolondersteuningsprofiel (SOP)?
Extra ondersteuning is hulp voor kinderen die meer nodig hebben dan de basisondersteuning. In het ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband staan de afspraken over hoe deze hulp wordt georganiseerd. Elke regio regelt dat op zijn eigen manier.
Meer weten? Lees ook:
- Wat is een samenwerkingsverband?
- Wat is een ondersteuningsplan?
- Wat is basisondersteuning?
Als de school denkt dat jouw kind extra hulp nodig heeft, voert de school daarover gesprekken met jou als ouder of verzorger. Deze gesprekken vinden meestal plaats met de leerkracht, de intern begeleider (IB’er) en soms met andere deskundigen, zoals een psycholoog, jeugdarts of logopedist.
Zo’n gesprek wordt vaak een multidisciplinair overleg (MDO) genoemd. Jij mag als ouder altijd bij een MDO aanwezig zijn, en het is belangrijk dat je actief meepraat. Jij kent je kind het beste en kunt aangeven hoe het thuis gaat, welke signalen je ziet en wat je kind zelf vertelt. Samen zoeken jullie naar de ondersteuning die het beste past bij jouw kind.
Wie kunnen er bij zo’n overleg aanwezig zijn?
Soms wil de school ook andere betrokkenen uitnodigen, zoals een zorgverlener vanuit de gemeente, een jeugdarts of een leerplichtambtenaar (LPA).
De school vraagt hiervoor altijd eerst jouw toestemming. Je mag ook vragen waarom die persoon bij het overleg aanwezig zou zijn, en wat zijn of haar rol is. Vind je het prettig om zelf iemand mee te nemen naar het overleg? Dan mag dat ook – geef dit vooraf aan bij de school. In sommige gevallen is het zelfs goed om je kind (bij een deel van) het gesprek te betrekken.
Extra onderzoek
Soms is extra onderzoek nodig om goed te kunnen bepalen welke hulp je kind nodig heeft. Dat kan bijvoorbeeld een onderzoek zijn door een psycholoog, orthopedagoog of logopedist. Dit wordt meestal ook besproken tijdens een MDO. Voor dit soort onderzoeken is altijd schriftelijke toestemming van jou als ouder nodig. Je mag eerst vragen stellen, bijvoorbeeld:
- Waarom vindt de school dit onderzoek nodig?
- Wie voert het onderzoek uit, waar en wanneer?
Na afloop krijg jij als ouder het verslag als eerste te zien. Jij beslist of de school het mag inzien.
Hoe wordt de hulp gevolgd?
De school houdt de afspraken over extra hulp bij in het leerlingdossier. Daarnaast wordt de voortgang vastgelegd in het ontwikkelingsperspectief (OPP). Dit bespreekt de school minimaal één keer per jaar met jou. In dat gesprek kijken jullie samen of:
- De doelen nog kloppen;
- De hulp voldoende werkt;
- Er iets aangepast moet worden.
Het OPP kan na zo’n gesprek worden bijgesteld.
Meer weten? Lees ook:
- Wat is een ontwikkelingsperspectief (OPP)?
- Welke informatie moet ik delen met de school?
Soms lukt het een school niet om de juiste hulp of ondersteuning te bieden. Dit heet handelingsverlegenheid. De school moet dan met jou in gesprek over hoe het verder kan. Je kind houdt altijd recht op onderwijs – ook als het tijdelijk niet lukt om dat op de eigen school goed te organiseren. De school mag je kind niet uitschrijven voordat er een andere school is gevonden én jij je kind daar hebt aangemeld.
Misschien is er een andere school die beter past bij jouw kind en de juiste ondersteuning wél kan bieden. Dat kan een andere basisschool zijn, of een school voor speciaal basisonderwijs of speciaal onderwijs. Of een andere school beter is voor jouw kind, moet blijken uit het ontwikkelingsperspectief (OPP). De school bespreekt dit met jou als ouder, en jullie moeten het daarover samen eens worden.
Voor plaatsing op een school voor speciaal (basis) onderwijs is een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) nodig. Die vraagt de school aan bij het samenwerkingsverband.
Meer weten? Lees ook:
- Wat is een ontwikkelingsperspectief (OPP)?
- Wat is een toelaatbaarheidsverklaring (TLV)?
Soms heeft je kind naast extra hulp op school ook jeugdhulp nodig. Scholen en gemeenten werken dan samen om dit goed te regelen, bijvoorbeeld met arrangementen of maatwerk. Samenwerkingsverbanden spreken hierover elke vier jaar af wat er in de regio mogelijk is.
Als je kind jeugdhulp nodig heeft om goed passend onderwijs te krijgen, komt dat te staan in het ontwikkelingsperspectief (OPP). Daarin staat welke zorg of hulp je kind krijgt en hoe dat wordt geregeld.
Wil je binnen ons samenwerkingsverband jeugdhulp aanvragen? Dat kan via jouw gemeente. Iedere gemeente regelt jeugdhulp op een eigen manier. Vaak gaat dit via het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). Je kunt ook via de school van je kind contact opnemen. De intern begeleider (IB’er) kan je verder helpen. Ook kan de huisarts een doorverwijzing geven.
Meer weten? Lees ook:
- Wat is een ontwikkelingsperspectief?
Informatie delen met school
Als je kind extra hulp nodig heeft, heeft de school informatie nodig om goed te kunnen bepalen wat er precies nodig is.
De school kan jou vragen om:
- Verslagen van onderzoeken,
- informatie van de vorige school of kinderopvang,
- of toestemming om te overleggen met een zorgverlener van je kind.
Jij beslist of je die informatie deelt. Je mag altijd eerst vragen stellen, zoals:
- Waarom is deze informatie nodig?
- Wie mag het lezen?
Wil je liever niet het hele verslag delen? Dan kun je ook alleen de samenvatting of het advies geven.
Ook school moet informatie met jou delen, zoals het ontwikkelingsperspectief (OPP), het leerlingdossier en het leerlingvolgsysteem. Je mag altijd vragen om een kopie van deze informatie.
Nee, dat is niet verplicht. De school mag alleen een verslag van een onderzoek lezen als jij daar uitdrukkelijk toestemming voor geeft. Je kunt er ook voor kiezen om alleen de samenvatting of het advies te delen, of bepaalde delen weg te laten (bijvoorbeeld over andere gezinsleden). Twijfel je? Vraag de school waarom ze het verslag nodig hebben en wie het precies leest.
Goed om te weten: zonder informatie is het voor de school soms moeilijk om passende hulp te geven. Samenwerking blijft belangrijk.
Ja, dat mag altijd. Als ouder heb je het recht om het leerlingvolgsysteem, het leerlingdossier en het ontwikkelingsperspectief (OPP) van je kind op te vragen. De school moet deze informatie aan jou verstrekken. Je mag ook een kopie vragen van alle gegevens die de school van jouw kind bewaart.
Een warme overdracht is een gesprek tussen de huidige en de nieuwe school of kinderopvang over jouw kind. De school vraagt daarvoor jouw toestemming. Het doel is om te zorgen dat de nieuwe school of opvang goed weet wat jouw kind nodig heeft. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij de overgang van kinderopvang naar basisschool of van basisschool naar middelbare school.
De school mag geen informatie delen zonder jouw toestemming, behalve de verplichte informatie in het onderwijskundig rapport (OKR). Dat rapport moet de school altijd met jou delen.
Bedenk goed of je toestemming geeft. Soms is extra informatie belangrijk om goed onderwijs te kunnen bieden. Vraag gerust om uitleg als je twijfelt.
Meer weten? Lees ook:
- Wat is een onderwijskundig rapport (OKR)?
School mag alleen informatie delen met:
- Jou als ouder,
- medewerkers binnen de school die erbij betrokken zijn,
- en de Onderwijsinspectie, als zij een controle uitvoeren.
Wil de school informatie opvragen bij een zorgverlener (zoals een dyslexiebehandelaar), dan is jouw toestemming nodig – ook als de school het onderzoek betaalt. Na zo’n onderzoek krijg jij als ouder het verslag altijd als eerste te lezen. Jij bepaalt of de school het mag inzien en met de onderzoeker mag overleggen.
Bij overstap naar een andere school maakt de school een onderwijskundig rapport (OKR). Jij krijgt dat te zien en mag aangeven als je het ergens niet mee eens bent. De school moet jouw opmerkingen dan toevoegen.
Meer weten? Lees ook:
- Wat is een onderwijskundig rapport (OKR)?
Je mag de gegevens die school van je kind bewaart inzien en laten aanpassen als je denkt dat ze niet kloppen. Volgens de privacywet kun je vragen om een correctie, aanvulling of verwijdering van gegevens. Overleg met de school wat je wilt aanpassen en waarom. De school is verplicht om jouw verzoek serieus te behandelen.
Mogelijk andere school nodig
Soms blijkt uit gesprekken en onderzoek dat een andere school beter past bij jouw kind. Dit kan gebeuren bij de aanmelding, maar ook als je kind al op school zit. De school kan bijvoorbeeld aangeven dat zij de extra ondersteuning die jouw kind nodig heeft, niet goed kan bieden. Of dat een kleinere klas of een andere aanpak beter past.
De hulpbehoefte van je kind wordt altijd beschreven in het ontwikkelingsperspectief (OPP). In het handelingsdeel van dat plan staat waarom een andere school beter zou zijn. Jij als ouder moet het eens zijn met dat handelingsdeel – dat heet instemmingsrecht. De school bespreekt met jou wat een passende vervolgstap is. Totdat je kind op een andere school staat ingeschreven, blijft de huidige school verantwoordelijk voor onderwijs. Dit heet zorgplicht.
Mogelijke vervolgstappen zijn:
- Een andere basisschool binnen de regio.
- Een school voor speciaal basisonderwijs.
- Een school voor speciaal onderwijs.
Als je kind naar het speciaal (basis) onderwijs gaat, moet de school een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) aanvragen bij het samenwerkingsverband. Het samenwerkingsverband beoordeelt of je kind hiervoor in aanmerking komt. De nieuwe school beslist uiteindelijk of je kind wordt toegelaten.
Belangrijk om te weten: je kind mag niet worden uitgeschreven bij de huidige school voordat er een nieuwe school is gevonden én je je kind daar hebt aangemeld.
Meer weten? Lees ook:
- Wat is een ontwikkelingsperspectief (OPP)?
- Wat is een toelaatbaarheidsverklaring (TLV)?
- Wat is zorgplicht?
- Kan ik mijn kind zelf aanmelden bij een school voor speciaal (basis) onderwijs?
Speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs lijken op elkaar, maar er zijn belangrijke verschillen:
- Speciaal basisonderwijs valt onder dezelfde wet als het gewone basisonderwijs. De leerdoelen zijn dus hetzelfde.
- Speciaal onderwijs valt onder een andere wet en heeft andere leerdoelen. Kinderen krijgen daar onderwijs dat beter aansluit bij hun mogelijkheden.
Welke school het beste past, hangt af van de ondersteuningsbehoefte van je kind. Dit wordt besproken in het ontwikkelingsperspectief (OPP).
Speciaal onderwijs is bedoeld voor kinderen die meer ondersteuning nodig hebben dan een gewone of speciale basisschool kan bieden. Dit kan gaan om leerproblemen, lichamelijke beperkingen, zintuiglijke beperkingen of gedrags- en psychische problemen. Speciaal onderwijs biedt een veilige, gestructureerde omgeving met extra begeleiding, kleinere klassen en aangepast lesmateriaal.
Scholen voor speciaal onderwijs worden ingedeeld in vier groepen, ook wel clusters genoemd:
- Cluster 1: Voor kinderen die blind of slechtziend zijn.
- Cluster 2: Voor kinderen die doof of slechthorend zijn, of ernstige spraak- en taalmoeilijkheden hebben.
- Cluster 3: Voor kinderen met een lichamelijke beperking, verstandelijke beperking, langdurige ziekte, of bijvoorbeeld epilepsie.
- Cluster 4: Voor kinderen met gedragsproblemen of psychiatrische problematiek.
Cluster 1 en 2 hebben een eigen toelatingsprocedure. Voor cluster 3 en 4 moet de school een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) aanvragen bij het samenwerkingsverband in jouw regio.
Wanneer komt je kind in aanmerking?
Of jouw kind beter past in het speciaal onderwijs of in het speciaal basisonderwijs, staat beschreven in het ontwikkelingsperspectief (OPP). Dit plan wordt altijd besproken met jou als ouder. Als het handelingsdeel van het OPP aangeeft dat speciaal onderwijs beter past en jij daarmee instemt, kan de school een TLV aanvragen.
De school blijft verantwoordelijk voor onderwijs (zorgplicht) totdat je kind is toegelaten en ingeschreven op een andere school. Gaat je kind naar het speciaal onderwijs? Dan verschuift de zorgplicht naar de nieuwe school zodra de inschrijving rond is.
Ben je het niet eens met de aanvraag van de TLV of het besluit van het samenwerkingsverband, dan kun je bezwaar maken. Elk samenwerkingsverband heeft hiervoor een bezwaarprocedure. Soms doen ze dit via een eigen commissie, of via de Landelijke Bezwaaradviescommissie Toelaatbaarheidsverklaring. De adviescommissie beoordeelt het bezwaar en geeft een advies. Het samenwerkingsverband neemt daarna een besluit.
Let op: voor speciaal onderwijs kan een wachtlijst zijn. Totdat je kind daar terechtkan, blijft de huidige school verantwoordelijk voor het onderwijs.
Meer weten? Lees ook:
- Wat is een toelaatbaarheidsverklaring (TLV)?
- Wat is een samenwerkingsverband?
- Wat is een ontwikkelingsperspectief (OPP)?
- Wat is zorgplicht?
Als jij als ouder het niet eens bent met het aanvragen van een toelaatbaarheidsverklaring of het besluit dat daarop volgt, kun je bezwaar maken. Dat doe je via een bezwaarschrift bij het samenwerkingsverband. Dit mag per brief of per e-mail.
Sommige samenwerkingsverbanden hebben een eigen bezwaarcommissie. Anderen zijn aangesloten bij de Landelijke Bezwaaradviescommissie Toelaatbaarheidsverklaring. Die commissie geeft een advies, waarna het samenwerkingsverband een besluit neemt.
Soms ligt een geschikte school – bijvoorbeeld speciaal (basis) onderwijs – verder van huis. Dan kun je gebruikmaken van leerlingenvervoer. Dit betekent dat je kind met een taxi of busje naar school wordt gebracht en opgehaald. Je moet dit vervoer zelf aanvragen bij de gemeente. De gemeente beoordeelt of je kind recht heeft op vervoer en regelt vervolgens de vergoeding of het vervoer zelf.
Als je kind naar een andere school gaat – bijvoorbeeld een andere basisschool, speciaal onderwijs of het voortgezet onderwijs – moet de huidige school informatie over je kind doorgeven aan de nieuwe school. Dat gebeurt via het onderwijskundig rapport (OKR).
In het OKR staan vijf onderdelen:
- Administratieve gegevens (zoals naam en geboortedatum).
- Leerresultaten en schooladvies.
- Sociale en emotionele ontwikkeling.
- Informatie over begeleiding.
- Of je kind regelmatig op school is geweest.
Je krijgt het onderwijskundig rapport te zien. Ben je het ergens niet mee eens? Dan mag je de school vragen om jouw opmerkingen toe te voegen. Zo weet je precies wat er over je kind wordt gedeeld.
Meer weten? Lees ook:
- Met wie mag de school informatie over mijn kind bespreken?
Speciaal basisonderwijs (sbo) is bedoeld voor kinderen die meer hulp nodig hebben dan een gewone basisschool kan bieden. Bijvoorbeeld bij moeite met concentratie, motorische problemen of sociaal-emotionele uitdagingen.
In het speciaal basisonderwijs zijn de klassen kleiner, is er minder prikkeling en is er meer begeleiding. De leerdoelen zijn hetzelfde als in het reguliere basisonderwijs.
Een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) is nodig als je kind naar het speciaal (basis) onderwijs gaat. De school vraagt deze verklaring aan bij het samenwerkingsverband.
Het samenwerkingsverband:
- Beoordeelt of je kind toelaatbaar is,
- vraagt advies aan twee onafhankelijke deskundigen,
- en beslist over de inzet van extra ondersteuning en bekostiging.
In de TLV staat hoeveel en welke hulp je kind nodig heeft. De school voor speciaal onderwijs beslist daarna of je kind wordt toegelaten.
Ja, dat kan. Als jij, je kind en de school denken dat terugkeer naar het reguliere onderwijs mogelijk is, kan de overstap worden gemaakt. De school waar je kind nu zit, helpt bij het zoeken naar een passende basisschool. Kijk in het schoolondersteuningsprofiel (SOP) van scholen om te zien welke hulp zij bieden.
Goed overleg tussen ouders, scholen en eventueel het samenwerkingsverband is belangrijk om de overstap goed te laten verlopen.
Meer weten? Lees ook:
- Wat is een schoolondersteuningsprofiel?
- Wat is een samenwerkingsverband?
Een passende school
Om een school te vinden die goed bij je kind past, is het belangrijk eerst te kijken wat je kind nodig heeft. Soms weet je dat al als je je kind gaat aanmelden, maar soms merk je dat pas later.
Bekijk goed wat een school kan bieden. Elke school moet basisondersteuning geven: dat is de hulp die op elke school beschikbaar is. Heeft je kind meer hulp nodig? Kijk dan in het schoolondersteuningsprofiel (SOP) van de school. Daarin staat welke extra ondersteuning de school kan bieden. Je vindt het SOP meestal in de schoolgids of op de website. Kun je het niet vinden? Vraag er gerust naar bij de school.
Voordat je je kind aanmeldt, kun je bij meerdere scholen rondkijken. Maak een afspraak voor een kennismakingsgesprek met de directeur of intern begeleider (IB’er) en vraag om een rondleiding of vraag welke hulp de school geeft en hoe ze omgaan met extra ondersteuning.
Praat ook met andere ouders: zijn zij tevreden over de school? En hoe voelt de sfeer op school voor jou en je kind? Past het? Dat is minstens zo belangrijk.
Wil je meer weten? Lees dan ook:
- Hoe meld ik mijn kind aan op een school?
- Wat is basisondersteuning?
- Wat is extra ondersteuning?
- Wie houdt zich op school bezig met extra hulp en passend onderwijs?
Soms is het meteen duidelijk dat je kind extra ondersteuning nodig heeft die een gewone basisschool in de buurt niet kan bieden. Dan kun je je kind direct aanmelden bij een school voor speciaal onderwijs (SO) of speciaal basisonderwijs (SBO). Dit gaat op dezelfde manier als bij regulier onderwijs.
Zit je kind al op een gewone basisschool? Ga dan eerst in gesprek met de school. Samen kijken jullie of er extra hulp of ondersteuning op de huidige school mogelijk is. Als je kind al basisondersteuning kreeg en er meer nodig is, moet de school een ontwikkelingsperspectief (OPP) maken. Dit is ook nodig als de school denkt dat speciaal basisonderwijs beter past.
Vanaf het moment dat je je kind aanmeldt, heeft de school zorgplicht. De school bekijkt of zij de juiste hulp kan bieden en regelt zo nodig een toelaatbaarheidsverklaring (TLV).
Wil je meer weten? Lees dan ook:
- Wat is zorgplicht?
- Wat is speciaal onderwijs?
- Wat is speciaal basisonderwijs (SBO)?
- Hoe meld ik mijn kind aan bij een school?
- Wat is een ontwikkelingsperspectief (OPP)?
- Wat is een toelaatbaarheidsverklaring?
Ja, dat kan. Maar het is belangrijk dat je dit meteen vertelt bij de aanmelding. Geef ook aan op welke school jij jouw kind het liefst wilt inschrijven. Die school heeft dan de zorgplicht: de verantwoordelijkheid om te kijken of je kind de hulp kan krijgen die nodig is. Lees hier meer over bij de vraag Wat is zorgplicht?
Let op: er is een verschil tussen aanmelden en inschrijven. Meer weten? Lees dan ook:
- Wat is het verschil tussen aanmelden en inschrijven?
Als je al weet dat je kind extra hulp nodig heeft, is het belangrijk om dat meteen te vertellen bij de aanmelding. De school onderzoekt dan welke hulp je kind precies nodig heeft en of zij die hulp kunnen bieden. De school vraagt aan jou als ouder om informatie over jouw kind met hen te delen. Je hoeft niet altijd het hele verslag van een onderzoek te geven, bijvoorbeeld als daar ook informatie over anderen in staat. Je kunt ook kiezen om alleen een deel of een samenvatting te geven. Soms vraagt de school ook toestemming om contact op te nemen met een behandelaar van je kind.
De school moet altijd eerst uitleggen welke informatie ze nodig hebben en waarom, wie deze informatie mag lezen en of je de informatie ook zelf kunt aanleveren. Zonder jouw toestemming mag de school geen informatie opvragen of delen met anderen buiten de school.
Met alle informatie onderzoekt de school meestal binnen zes weken of je kind kan worden ingeschreven en welke hulp ze kunnen bieden. Soms heeft de school meer tijd nodig en kan dit worden verlengd met vier weken. Van dit onderzoek maakt de school een verslag. Je mag altijd vragen om een kopie.
De zorgplicht van de school begint vanaf het moment van aanmelden. Ook als je kind uiteindelijk niet wordt ingeschreven, blijft de school verantwoordelijk om te helpen zoeken naar een passende plek.
Meer weten? Lees ook:
- Wat is zorgplicht?
- Hoe meld ik mijn kind aan op een school?
- Wat is het verschil tussen aanmelden en inschrijven?
Veel scholen gebruiken een aanmeldformulier, maar dat is niet verplicht. Je kunt je kind ook aanmelden via een brief of e-mail. Vraag altijd om een bevestiging van je aanmelding, bijvoorbeeld per e-mail. Zo heb je zelf een bewijs dat je je kind hebt aangemeld.
Op het aanmeldformulier wordt vaak veel informatie gevraagd. Dat doen scholen zodat ze goed kunnen kijken wat jouw kind nodig heeft en of de school de juiste plek is.
Vaak wordt ook gevraagd of je toestemming geeft om informatie op te vragen bij bijvoorbeeld de vorige school, of om gegevens te delen. Je bent niet verplicht om overal zomaar toestemming voor te geven. De school moet eerst duidelijk vertellen:
- Om welke informatie het gaat
- Waarom die informatie nodig is
- Waar de informatie wordt bewaard
- En wie de informatie kan lezen
Wil je meer weten? Lees dan ook:
- Welke informatie moet ik delen met de school?
Soms weet je al dat je kind extra hulp nodig heeft als het voor het eerst naar school gaat. Het is goed om dat aan de school te vertellen bij de aanmelding. De school heeft dan zes weken om te onderzoeken welke hulp jouw kind nodig heeft en of zij die kan bieden. Meestal maakt de school een ontwikkelingsperspectief (OPP). Daarin staat welke ondersteuning je kind nodig heeft. Soms heeft de school meer tijd nodig, bijvoorbeeld om extra informatie op te vragen of onderzoek te doen. Dan kan de school dit met vier weken verlengen. De school laat jou altijd weten welke informatie of welk onderzoek nodig is en waarom dat belangrijk is.
Kan de school de juiste hulp zelf niet geven? Dan helpt de school jou om een andere, passende school te vinden. Dat hoef je als ouder dus niet alleen te doen. Als je kind is aangemeld bij die nieuwe school, krijgt die school de zorgplicht. Vanaf dat moment stopt de zorgplicht van de eerste school.
Wil je meer weten? Lees dan ook:
- Wat is zorgplicht?
- Wat is een ontwikkelingsperspectief?
Het is goed om te weten dat aanmelden en inschrijven niet hetzelfde zijn. Als je je kind aanmeldt, gaat de school eerst onderzoeken of je kind daar ingeschreven kan worden. Daarna krijg je altijd een brief of e-mail van de school met de beslissing of je kind wordt ingeschreven.
De zorgplicht van de school begint al bij de aanmelding. Dat betekent dat de school samen met jou kijkt hoe je kind passend onderwijs kan krijgen. Ook als de school besluit je kind niet in te schrijven, helpt de school mee om een andere plek te vinden. Dat kan een andere basisschool zijn, of een school voor speciaal basisonderwijs (SBO) of speciaal onderwijs (SO).
In het ontwikkelingsperspectief (OPP) legt de school vast wat je kind nodig heeft. Voor plaatsing op speciaal (basis)onderwijs is ook een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) nodig.
Meer over weten? Lees ook:
- Wat is een ontwikkelingsperspectief (OPP)?
- Wat is een toelaatbaarheidsverklaring (TLV)?
Samenwerking met school
Goed samenwerken met de school is belangrijk, omdat jij je kind thuis ziet en weet wat het nodig heeft, en de school ziet hoe het op school gaat. Praat samen over wat de school kan doen en wat jij zelf kunt doen om je kind te helpen.
Kijk ook in de schoolgids en het schoolondersteuningsprofiel (SOP) om te zien welke hulp de school kan bieden. Denk na over hoe jij de school daarbij kunt ondersteunen.
Maak duidelijke afspraken en zet die afspraken op papier. Spreek ook af wanneer jullie weer samen in gesprek gaan om te bespreken hoe het gaat.
Nodigt de school je uit voor een gesprek? Vraag dan eerst wat het doel is van het gesprek, welke onderwerpen de school wil bespreken en wie er bij het gesprek aanwezig zullen zijn. Denk vooraf na over wat jij zelf wilt bespreken: waar maak je je zorgen over (met voorbeelden) en wat gaat juist goed? Het helpt om dit op te schrijven, zodat je het mee kunt nemen naar het gesprek.
Je mag altijd iemand meenemen die jij vertrouwt. Dat kan de andere ouder zijn, maar ook iemand anders die je kind goed kent, of een hulpverlener.
Maak tijdens het gesprek afspraken over hoe het verder gaat: wie doet wat, wanneer is het volgende overleg en hoe blijf je goed samenwerken? Vraag de school ook om na afloop een verslag van het gesprek te mailen of op te sturen, met daarin de gemaakte afspraken. Je kunt daarnaast zelf ook aantekeningen maken en een kort verslag schrijven. Deel dit verslag daarna met de school.
Maak je je zorgen over je kind en denk je dat het extra hulp nodig heeft? Bespreek dit dan met de leerkracht. Je kunt hiervoor een afspraak maken en alvast kort vertellen waar je het over wilt hebben. Tijdens het gesprek kun je rustig uitleggen waar je je zorgen over maakt. De leerkracht kan ook vertellen hoe hij of zij ziet dat het met je kind gaat op school.
Je kunt ook contact opnemen met de intern begeleider (IB’er). Die zorgt er op school voor dat kinderen extra hulp krijgen.
Oneens met school
Zie je dat je kind meer hulp nodig heeft of denk je anders over een passende plek op school? Het kan gebeuren dat jij en de school daar verschillend over denken. Jij ziet je kind thuis, ziet hoe het zich voelt en luistert naar wat het vertelt over school. De leerkracht ziet jouw kind alleen op school. De school ziet je kind op een andere plek en op een ander moment.
Probeer samen in gesprek te gaan. Bespreek wat jij ziet en wat de school ziet. Zoek naar overeenkomsten en benoem de verschillen. Luister naar elkaar, want jullie willen allebei het beste voor je kind.
Soms ben je het niet eens met de school over welke hulp je kind nodig heeft, of over welke school het beste past. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren bij een overstap naar een andere school. In zo’n situatie kun je te maken krijgen met verschillende mensen of organisaties die meedenken.
Zo kan de school contact opnemen met de leerplichtambtenaar (lpa), de jeugdarts of de gemeente. Dit gebeurt vooral als je kind tijdelijk niet naar school kan of als het niet elke dag naar school gaat. Omdat alle kinderen in Nederland leerplichtig zijn, kijkt de school samen met deze partijen hoe er toch een passende oplossing gevonden kan worden.
Meer weten? Lees ook:
- Wat doet de leerplichtambtenaar?
- Wat doet de jeugdarts?
De jeugdarts kan worden ingeschakeld door de school of de ouder als het niet goed gaat met je kind. De jeugdarts denkt mee over wat jouw kind nodig heeft, bijvoorbeeld als het tijdelijk niet (elke dag) naar school kan, of als het misschien naar speciaal basisonderwijs of speciaal onderwijs moet.
De jeugdarts kan ook contact opnemen met de behandelaar van je kind om samen te kijken wat het beste is. Wat je bespreekt met de jeugdarts blijft vertrouwelijk: zonder jouw toestemming mag de jeugdarts geen informatie over je kind delen met de school.
Het kan gebeuren dat jij en de school het niet eens worden over extra hulp of over welke plek het beste is voor je kind. Dat is heel begrijpelijk en kan veel emoties oproepen. Blijf rustig en leg uit wat jij belangrijk vindt. Luister ook naar hoe de school het ziet. Probeer samen te kijken naar wat wél kan, in plaats van alleen naar de verschillen. Soms helpt het om een deskundige bij het gesprek te vragen, zoals de intern begeleider (IB’er), de directeur of iemand van het ouder- en jeugdsteunpunt. Het kan ook fijn zijn om iemand mee te nemen die jij vertrouwt en die met je mee kan denken. Probeer samen tot een oplossing te komen.
Lukt het daarna nog steeds niet om samen tot een oplossing te komen, ook niet met hulp van het ouder- en jeugdsteunpunt? Dan kun je contact opnemen met het schoolbestuur of het samenwerkingsverband. Helpt dat niet, dan kun je een onderwijsconsulent vragen om mee te denken over wat een passende oplossing zou kunnen zijn.
Elke school heeft een klachtenprocedure. In de schoolgids staat hoe je een klacht kunt indienen bij de klachtencommissie en wie daarin zitten. De klachtencommissie geeft advies en reageert binnen vier weken, maar de school is niet verplicht dat advies op te volgen.
Heb je een ernstig verschil van mening met het schoolbestuur, bijvoorbeeld als de school je kind weigert, als je kind van school is verwijderd of als er discussie is over het ontwikkelingsperspectief (OPP)? Dan kun je terecht bij de Geschillencommissie Passend Onderwijs (GPO). De commissie onderzoekt jouw melding en geeft een uitspraak. Ook dit advies hoeft de school niet verplicht op te volgen, maar het kan wel helpen om tot een oplossing te komen.
De leerplichtambtenaar werkt bij de gemeente en controleert of kinderen naar school gaan, zoals de Leerplichtwet dat verplicht. Elke gemeente heeft minstens één leerplichtambtenaar. Als er problemen zijn, denkt de leerplichtambtenaar mee met ouders, de leerling en de school om samen naar een oplossing te zoeken. In sommige situaties kun je bij de leerplichtambtenaar ook een vrijstelling of ontheffing aanvragen, bijvoorbeeld als je kind tijdelijk niet naar school kan.
Als een leerling spijbelt of helemaal niet staat ingeschreven op een school, kan de leerplichtambtenaar een proces-verbaal opmaken. Zo helpt de leerplichtambtenaar om ervoor te zorgen dat elk kind passend onderwijs krijgt.



